Ecosysteemdienst bestuiving in kaart gebracht.
Wageningen Universiteit heeft in opdracht van het Planbureau voor de leefomgeving de ecosysteemdiensten geinventariseerd.
Van dit honderden pagina’s dikke rapport richten wij ons op het onderwerp Bestuiving

“Inzichten:
(1) Bestuiving door insecten is een vitaal element in de voedselproductie. In Nederland gaat het om hardfruit, zachtfruit, aardbeien, tomaten, e.d. Een substantieel deel van de productie van deze gewassen is hiervan afhankelijk. Bulkproducten zoals aardappelen en granen zijn daarentegen niet afhankelijk van insectenbestuiving.
(2) De bestuiving wordt voor een belangrijk deel door de honingbij verzorgd. Daarnaast spelen ook wilde bijensoorten en zweefvliegen een rol.
(3) De bijbehorende oogstwaarde die van bestuiving afhankelijk is wordt, op basis van internationale studies, voor Nederland (indicatief) geschat op circa 1 miljard euro per jaar. Het leeuwendeel van de bestuiving wordt door de honingbij verzorgd. Het aandeel van wilde soorten wordt geschat op 17% daarvan, ofwel circa 190 miljoen euro per jaar.
(4) De instandhouding van bestuiving in Nederland is van belang zowel voor de voedselproductie als voor het voortbestaan van een aantal in het wilde voorkomende plantensoorten. Versterking van de bestuiving kan langs twee lijnen tot stand komen: (i) versterking positie honingbij; (ii) versterking inbreng wilde bestuivende soorten (wilde bijen en zweefvliegen).
(5) In Nederland komt de honingbij niet meer als wilde soort voor. De soort is volledig van imkeractiviteiten afhankelijk. Er zijn momenteel problemen met het houden van bijen (ziektes). Het is onzeker of de honingbij voor Nederland kan worden behouden. Er is een aantal factoren die stress veroorzaken.
Aannemelijk is dat de honingbij beter zal gedijen, wanneer het pesticidengebruik beperkt is en het voedselaanbod continue en gevarieerd is.”
En elders wordt als aanbeveling genoemd:
“Het ligt voor de hand om het bevorderen van bestuiving te koppelen aan maatregelen voor biologische plaagbestrijding.”
Omzet van bestuiving in relatie tot de economische waarde:
“ Geschat wordt dat jaarlijks 30.000 bijenvolken in de fruitteelt worden ingezet, 3.000 voor bestuiving van groenten onder glas en 2.000 in de zaadteelt. Hommels worden vooral ingezet voor bestuiving van glastomaten (Blacquiere, 2009). Het totale areaal waar bestuivers worden ingezet bedraagt zo’n 25.000 ha”.
“Het totaal aan bestuivingsgelden dat in de buitenteelt aan imkers wordt betaald, wordt geschat op €4 miljoen en voor de binnenteelt op €7 miljoen. Deze kosten van in totaal €11 miljoen staan in geen verhouding tot de €1 miljard die bestuiving oplevert.”
Aanbevelingen:
“Voor de kwaliteit, kwantiteit én verscheidenheid van de Nederlandse voedselproductie is het van belang dat de potentie van bestuiving van landbouwproductiesoorten verzekerd is. Dat betekent dat de huidige tendens, waarbij de honingbij en de wilde bestuivers achteruitgaan, moet worden omgekeerd. Hierbij zijn twee hoofdsporen te onderscheiden:
(1) de bevordering van de imkerij van de honingbij; (2) het bevorderen van de bestuiving door wilde, in de natuur voorkomende soorten.”
De Bijenstichting is blij met dit rapport. Het benadrukt nogmaals het belang van bijen en geeft aan dat het huidige beleid op de schop moet. Nu maar hopen dat staatssecretaris Bleeker dit ook leest…..
Het gehele rapport met hoofdstuk 6 Bestuiving is te lezen op: WUR





