Rol insecticiden in bijensterfte steeds duidelijker
Geschreven door Jaap Molenaar | 29 augustus 2010
In het online tijdschrift: environmentalresearchweb verscheen een nieuw artikel over de rol van insecticiden bij bijensterfte. Hieronder volgt de Nederlandse vertaling:
Honingbijen, hommels en andere insecten raken langzaam uitgestorven door aanhoudend en steeds intensiever gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen die gebruikt worden in de landbouw. De kleine hoeveelheden die elke keer gebruikt worden, stapelen zich op, zodat er geen sprake meer is van een veilig niveau van blootstelling. De bijen, motten en libelles die van bloem naar bloem vliegen zijn van vitaal belang. Naar schatting is een derde deel van de landbouw oogst bestuifd door deze hardwerkende insecten. Dit levert de Engelse economie 528 miljoen euro per jaar op.
De laatste jaren ondergaan de dienstbare bestuivers wereldwijd een massaslachting. Het zijn vooral de honingbijen die te lijden hebben. Zij lijden aan het CCD (Colony Collapse Disorder) waarbij de bijen de bijenkorf achterlaten. Alleen de koningin, eieren en onvolgroeide werkbijen blijven achter. Van de verdwenen bijen is geen spoor meer te vinden. Het fenomeen komt steeds vaker voor in Europa en Noord-Amerika. Rondom dit fenomeen bestaat veel controversie, straling die door mobiele telefoons en andere electronische gadgets wordt verspreid zou verantwoordelijk zijn voor een van de meest bizarre mysteries in de natuur. Nieuwe studies tonen echter aan dat insecticide dat gebruikt wordt in de landbouw een belangrijke rol speelt.
In recent onderzoek hebben onderzoekers een groep insecten blootgesteld aan verschillende doses neonicotinoid insecticides voor langere perioden (12 maanden of meer). Dit gif wordt wereldwijd op grote schaal gebruikt en maakt het centrale zenuwstelsel van de insecten kapot. Een karaktereigenschap van neonicotinoid is dat het weinig affiniteit heeft met dieren die zijn opgebouwd uit botten en dus minder giftig is voor zoogdieren en vogels. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat wanneer het gif over een langere periode werd toegediend er een kleinere dosis nodig was om het insect te doden (Ecotoxicology (2009) 18:343–354 DOI 10.1007/s10646-008-0290-1). Bij de honingbijen was er tot 6000 keer minder gif nodig om de bijen te doden wanneer het werd toegediend in steeds kleine hoeveelheden over een lange periode.
Volgens Henk Tennekes, onderzoeker bij het ETS (Experimental Toxicology Services )in Zutphen (NL) zijn deze bevindingen logisch. ‘Ga uit van een hoge blootstelling, hetgeen resulteert in een effect in een vroeg stadium (zoals kanker of de dood). Een veel lagere blootstelling resulteert in een effect op langere termijn. In dit laatste geval is echter een lagere dosis (in totaal) genoeg om hetzelfde effect te bewerkstelligen, volgens Tennekes. Deze bevindingen worden binnenkort gepubliceerd in het tijdschrift Toxicology (Toxicology doi:10.1016/j.tox.2010.07.005).
De vraag die bij deze onderzoeksresultaten beantwoord moet worden is: Hoe komt het dat dit gif zo’n krachtig lange termijn effect heeft? Het antwoord moet gezocht worden in het mechanisme van hoe de stof werkt. Neonicotinoid hecht zich permanent aan receptoren in het centrale zenuwstelstel. Een insect heeft een beperkt aantal van deze receptoren. De schade die wordt toegebracht stapelt zich telkens op. Receptoren worden bij elke blootstelling geblokkeerd tot het moment dat de schade zo groot is dat het insect niet meer kan functioneren en sterft, legt Jeroen van der Sluijs uit, een wetenschapper aan de Universiteit van Utrecht die zich ook bezighoudt met dit onderwerp. Zelfs een kleine dosis over een korte periode kan ernstige problemen veroorzaken. Bij een kleine dosis raken insecten gedisorienteerd en hebben ze minder coordinatie over hun bewegingen, zodat ze een gemakkelijke prooi worden voor roofdieren. Deze sub-dodelijke effecten maken het insect zwak en brengen voornamelijk sociale insecten in gevaar, die afhankelijk zijn van een gezonde en actieve kolonie.
Het is echter nog steeds niet mogelijk om met zekerheid te zeggen dat neonicotinoid de enige oorzaak is van CCD in honingbijen. Het lijkt erop dat dit gif wel een significantie rol speelt. In ieder geval wordt de snelle groei sinds 2004 van CCD hiermee verklaard welke samenvalt met de snelle groei van het wereldwijd gebruik van neonicotinoid, zegt Van der Sluijs. Tegenwoordig wordt neonicotinoid vaak gebruikt om zaden te beschermen, ongeacht er sprake is van een insectenplaag. Neonicotinoid wordt gemakkelijk opgenomen door de grond en het water en vervolgens door de planten, zodat de hele plant giftig wordt voor insecten. Recent onderzoek wijst uit dat zelfs kleine hoeveelheden een groot effect kunnen hebben op insecten populaties. Tennekes beveelt daarom aan dat deze insecticide vervangen moeten worden door alternatieven die minder giftig zijn voor honingbijen en minder snel opgenomen kunnen worden.
Vertaald door Nicole Lolkema






