Hommels
De meeste mensen herkennen een hommel gemakkelijk. Slechts weinig mensen weten echter dat hommels tot de familie van de bijen behoren.
Hommels zijn over het algemeen behoorlijk opvallend doordat ze harig en vaak groot zijn.
Hommels zijn sociale insecten. In tegenstelling tot de solitaire bijen is er bij hommels net als bij de honingbijen sprake van een volk.
De koningin legt eieren er zorgt daarmee voor de voortplanting. De werkster hommels vergaren voedsel voor zichzelf, de koningin en de larven. Vlak voor de winter worden er alleen nog jonge koninginnen geboren. Zij overleven als enige de winter en starten het volgend voorjaar weer een nieuw volk.
Er zijn in Nederland 29 hommelsoorten. Er zijn 5 soorten die algemeen bekend zijn en veel voorkomen. De andere 24 soorten zijn zeldzaam, ernstig bedreigd of bijna uitgestorven.
De bekendste soorten zijn: (nog foto’s)
Tuinhommel: Deze soort komt algemeen voor in tuinen, parken, boomgaarden en weiden.
Boomhommel: Deze hommel kwam van oorsprong alleen in het bos voor, maar wordt tegenwoordig in veel tuinen en parken gezien.

Steenhommel: Deze hommel komt voor in agrarische, open landschappen en ook wel in tuinen.

Akkerhommel: Deze hommel komt veel voor en wordt bijna overal gezien.

Weidehommel: Deze kleine hommel komt veel voor in weiden, tuinen en parken.

Gewone aardhommel: Dit is de meest bekende hommelsoort die overal in Nederland voorkomt. De aardhommel wordt sinds vele jaren ook gekweekt door de mens. Deze hommel wordt ingezet in de glastuinbouw voor de bestuiving van o.a. tomaten. Er zijn speciale bedrijven die zich op de teelt en verkoop van deze hommels hebben toegelegd.






